Hoogte en Normaal Amsterdams Peil

De bescherming van de mens en zijn bezit tegen de gevaren van overstromingen is een taak van de Rijkswaterstaat die juist in ons land erg aanspreekt. Een groot deel van Nederland zou onder water staan als niet gezorgd zou zijn voor waterkeringen van voldoende hoogte. Om te weten of de duinen en de dijken nog wel hoog genoeg zijn, moeten zowel de waterhoogte als de hoogte van het land regelmatig worden gemeten. Alle hoogten worden gemeten ten opzichte van hetzelfde niveau, het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Een NAP-hoogte van 0 meter is ongeveer gelijk aan gemiddeld zeeniveau.

Behalve voor bescherming tegen overstromingen, wordt het NAP ook gebruikt voor waterbeheer in algemene zin, bij civieltechnische werken, en bij de bestudering van bodembeweging.

Peilmerken
Het NAP wordt zichtbaar gemaakt door ongeveer 35.000 peilmerken. Dit zijn boutjes in gebouwen, bruggen, viaducten en dergelijke. De plaats van deze peilmerken en de nauwkeurig bepaalde hoogte van het merk ten opzichte van het NAP zijn vastgelegd en de gegevens daarover zijn beschikbaar. Hierdoor is er vrijwel overal in Nederland binnen een afstand van 1 km een vast punt te vinden ten opzichte waarvan hoogtebepaling kan plaatsvinden. Sinds oktober 1999 is peilmerkinformatie te verkrijgen via NAPinfo.

Eens in de tien jaar bepaalt de Data-ICT-Dienst opnieuw de hoogten van het secundaire waterpasnet. Een uitzondering op deze frequentie wordt gemaakt in concessiegebieden en bij de uitvoering van (grote) civieltechnische werken. Peilmerken verdwijnen door de sloop van gebouwen en kunstwerken. Ook bewegen de peilmerken ten opzichte van elkaar, wat veroorzaakt wordt door: Ondergrondse Merken
Daarnaast bestaan in Nederland ook circa 220 Ondergrondse Merken. Dit zijn ijkpunten die (diep) gefundeerd zijn in de stabiele pleistocene zandlagen, die meer dan 10.000 jaar oud zijn. Deze Ondergrondse Merken vormen de basis voor het bepalen in hoogte van de peilmerken.

Instandhouding NAP
De peilmerken waardoor hoogten t.o.v. het NAP zichtbaar worden gemaakt worden geplaatst door de Rijkswaterstaat maar ook door provinciale of gemeentelijke overheden. Het is echter ook nodig dat met een zekere regelmaat wordt gecontroleerd of de in de publicaties van het NAP aangegeven hoogten van de peilmerken ten opzichte van het NAP nog wel correct zijn. Dit wordt de instandhouding van het peilmerkennet van het NAP genoemd.

De Data-ICT-Dienst van de Rijkswaterstaat is met die taak belast. Gebruik wordt gemaakt van de metingen die de
Data-ICT-Dienst zelf uitvoert of uitbesteedt aan anderen (ingenieursbureaus). Ook worden gegevens gebruikt die van andere (overheids)instanties worden verkregen, bijvoorbeeld van gemeenten.

De geoïde en zwaartekracht
De exacte vorm van het NAP-vlak, oftewel de geoïde, wordt bepaald door het zwaartekrachtveld. Tot voor enkele jaren was de geoïde-vorm niet zo belangrijk, omdat het bepalen van hoogten vrijwel altijd gedaan werd door middel van waterpassen. Daarbij maakt het niet uit welke vorm de geoïde heeft, omdat de vizierlijn van een goed geregeld en opgesteld waterpasinstrument altijd loodrecht op de richting van de zwaartekracht staat.

Tegenwoordig wordt in de praktijk echter steeds meer gebruik gemaakt van GPS, waarbij de hoogten berekend worden ten opzichte van een ellipsoïde, die niet samenvalt met de geoïde. Ten opzichte van de GRS80-ellipsoïde (die wordt gebruikt door WGS84/ETRS89) bedragen de verschillen in Nederland meer dan 40 meter. Daarom voelt de
Data-ICT-Dienst zich verantwoordelijk om voor Nederland een goed geoïde-model beschikbaar te stellen, zodat NAP-hoogten uit GPS-metingen kunnen worden berekend.

Een uitgebreide omschrijving van NLGEO2004, het geoïdemodel voor Nederland is beschikbaar. Voor het bepalen van de een geoïdemodel dienen zwaartekrachtmetingen uitgevoerd te worden. Ook over zwaartekracht in Nederland is meer informatie beschikbaar.

Producten en publicaties
Voor een overzicht van de producten en publicaties op het gebied van hoogte/NAP volgt u deze link.