Zwaartekracht in Nederland

In Nederland is al vanaf vorige eeuw werk verricht op het gebied van zwaartekrachtmetingen. Vening-Meinesz heeft baanbrekend werk gedaan op dit gebied, met name in de instrumentontwikkeling voor het zwaartekrachtmeten op zee. Zijn beroemde slingerapparaat heeft een precisie van ongeveer 3 mgal (1 mgal = 1 · 10-5 ms-2).

Vanaf de jaren '80 bezitten de TU Delft en RWS-DID beide een relatieve gravimeter van het type LaCoste-Romberg G, met een precisie voor een zwaartekrachtverschilmeting van ongeveer 10 μgal (1 μgal = 1 · 10-8 ms-2). Dit betekent dus een relatieve precisie van 1 · 10-8 van de zwaartekracht (g) zelf. In 2001hebben beide instellingen een moderne gravimeter aangeschaft met een vergelijkbare precisie: de Scintrex CG-3M Autograv.

Doel zwaartekrachtmetingen
RWS-DID en TU Delft voeren om twee redenen zwaartekrachtmetingen uit. De eerste is om veranderingen van de zwaartekracht op één plek te registreren. Zo'n absolute zwaartekrachtverandering geeft aan wat de absolute bodembeweging ten opzichte van het aardse massamiddelpunt is. Ten tweede worden metingen gedaan die een heel gebied bedekken. De zwaartekrachtverschillen per plaats worden veroorzaakt door massadichtheidsvariaties in de ondergrond, en zijn bepalend voor de vorm van het NAP-nulvlak (= de geoïde). De plaatsgebonden variaties zijn ook interessant voor geofysische exploratiedoeleinden, alhoewel daar vaak een hogere puntdichtheid wordt verlangd dan voor geoïdeberekening.

Metingen
Zwaartekrachtmetingen kunnen op twee manieren worden uitgevoerd. Men kan absolute waarden van de zwaartekracht (g) meten, wat meestal met een valproef wordt gedaan. Met de bekende formule x=1/2 gt2, waarbij x bekend is (de valafstand) en t (de valtijd) wordt gemeten, kan g worden berekend. De precisie van de huidige generatie absolute gravimeters is ongeveer 5 μgal (=5 · 10-8 ms-2).


Een absolute gravimeter


Met relatieve gravimeters kan alleen het zwaartekrachtverschil tussen twee punten worden gemeten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een massa aan een veer, die op een plek met een grotere zwaartekracht meer zal worden uitgetrokken dan op een plaats met een kleinere zwaartekracht. Om voor alle punten die met een relatieve gravimeter zijn bezocht toch een absolute zwaartekrachtwaarde te kunnen krijgen, moet op minimaal één punt waarvan de absolute zwaartekrachtwaarde bekend is worden gemeten. De precisie van de gemeten zwaartekrachtverschillen (relatieve zwaartekrachtmeting) is ongeveer 10 μgal.


Relatieve gravimeters van LaCoste-Romberg (links) en Scintrex (rechts)


Projecten
Vanaf de jaren tachtig zijn in Nederland zwaartekrachtmetingen uitgevoerd. Al deze projecten zijn uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen de TU Delft en RWS-DID. De belangrijkste en grootste projecten worden hieronder kort beschreven.

Zwaartekrachtwaardes
Wilt u een zwaartekrachtwaarde weten? Vraagt u zich dan eerst af, welke precisie is gewenst. Is een precisie van 1 milligal (2*sigma) voldoende, dan kunt u een berekening uitvoeren met behulp van een speciaal programma dat u hier kunt downloaden (een gebruikershandleiding is toegevoegd). Door het uitvoeren van een meting, kunt u een precisie van ongeveer 0,02-0,04 milligal (2*sigma) bereiken. Zwaartekrachtmetingen kunnen worden uitgevoerd door de TU Delft. Voor de kosten en levertijd hiervan kunt u contact opnemen met de heer Reudink, telefoon 015-2785728 of via e-mail. Uiteraard kunt u ook zelf een meting uitvoeren. U dient dan uit te gaan van één of meerdere NEDZWA-punten. Voor zwaartekrachtwaardes, aanmeetschetsen en foto's van de NEDZWA-punten kunt u contact opnemen met RWS-DID (via de contact-knop).