De geodetische refentiestelsels van Nederland (NCG-publicatie 43, groene reeks)

Voor een goede bepaling van ligging en hoogte wordt gebruik gemaakt van
eenduidige en homogene geodetische referentiestelsels. In Nederland zijn dit de
stelsels van de Rijksdriehoeksmeting (RD) voor de ligging en het Normaal
Amsterdams Peil (NAP) voor de hoogte. Traditioneel wordt het RD beheerd door
het Kadaster en het NAP door Rijkswaterstaat.

Ten gevolge van de opkomst van satellietplaatsbepaling hebben er ingrijpende
veranderingen plaatsgevonden aan deze geodetische referentiestelsels. Een
landmeter kan met gebruikmaking van GPS (Global Positioning System) met
hetzelfde instrument op hetzelfde moment zowel ligging als hoogte meten.
Hiertoe wordt van één driedimensionaal geodetisch referentiestelsel gebruik
gemaakt, te weten het European Terrestrial Reference System (ETRS89), dat in
Nederland gezamenlijk wordt bijgehouden door het Kadaster en Rijkswaterstaat.

Voor het praktisch gebruik van GPS als meettechniek is de definitie van het
RD-stelsel gekoppeld aan ETRS89. Het gebruik van GPS bracht echter vervormingen
van het RD-stelsel aan het licht, die gemodelleerd worden in de transformatie
RDNAPTRANSTM2004. Verder is de geoïde cruciaal geworden door de inzet van GPS
bij hoogtebepaling ten opzichte van NAP. Door verticale bodembeweging wordt de
ruggengraat van het NAP verstoord en is grootschalige bijstelling van de
hoogtes van ondergrondse merken - en daarom ook van peilmerken - nodig
gebleken. Sinds 2005 gelden dan ook nieuwe NAP-hoogtes en al sinds 2000 geldt
een nieuwe definitie van het RD-stelsel, opnieuw aangepast in 2004.

Twee subcommissies van de NCG hebben zich de laatste jaren uitvoerig bezig
gehouden met de herzieningen. Deze publicatie vormt de vastlegging van ETRS89,
RD en NAP en hun onderlinge relaties. Naast een beschrijving van de historie
van de referentiestelsels en de wijze van bijhouding ervan (met onder meer het
AGRS.NL als basis van de geometrische infrastructuur van Nederland), wordt de
status van de stelsels per 1 januari 2005 beschreven. Dit omvat de realisatie
van ETRS89 via het AGRS.NL, de herziening en de nieuwe definitie van het
RD-stelsel in 2004 en de nieuwe NAP-publicatie in 2005. De onderlinge relaties
tussen de stelsels worden beschreven door de vernieuwde transformatie
RDNAPTRANSTM2004, waarvan het nieuwe geoïdemodel NLGEO2004 en een model voor de
vervormingen van het RD-stelsel deel uitmaken.

Tenslotte wordt aandacht besteed aan toekomstige bijhoudingen van ETRS89, RD en
NAP. De continuïteit van de koppeling tussen enerzijds de traditionele stelsels
en anderzijds de driedimensionale stelsels is van groot belang en ETRS89 zal
die rol blijven vervullen. Het GPS-kernnet en de AGRS.NL-referentiestations
zullen steeds meer de centrale rol in de bijhouding van het RD-stelsel gaan
vormen. Bijhouding van het NAP blijft nodig, maar de primaire hoogtes zullen de
komende decennia niet herzien hoeven te worden. Daarmee is de goede kwaliteit
van de geodetische referentiestelsels voor het praktisch gebruik gegarandeerd.

Dit tweetalige boek is als PDF (910Kb) te downloaden bij http://www.ncg.knaw.nl